150 kilo minder restafval

Het inzetten op vermindering van onze berg huishoudelijk restafval begint moeizaam. De verandering tot het scheiden van grondstoffen uit de grijze container wordt door een kleine groep enthousiastelingen door dik en dun gesteund.

Kijken we naar eerdere innovaties als de elektrische auto, het zonnepaneel of de mobiele telefoon dan is er in de beginfase daarvan altijd een kleine groep mensen die fan zijn van de vernieuwing. In marketingtermen zijn het de innovators en early adaptors (Rogers, 1962). Tezamen vormen zij 15 procent van de bevolking. Het leuke is dat zij anderen op sleeptouw nemen en enthousiasmeren voor de vernieuwing. Ze lobbyen ook om bestaande werkwijzen bij te stellen.

De transitie naar minder afval zit nu vooral in de fase van veel experimenteren. Gemeenten en afvalorganisaties voeren systeemveranderingen door zoals:

  • een derde container voor specifieke afvalstromen zoals kunststoffen, blik en drankenkartons;
  • de plastic inzamelzak of –container voor kunststoffen;
  • de papiercontainer;
  • de sorteerstraat bij de supermarkt;
  • de inzet van de restgoedwagen;
  • het niet langer ophalen van de grijze container maar het inwoners laten wegbrengen van hun restafval naar een ondergrondse container in de buurt.

Dit soort veranderingen vergen tijd en gewenning, maar toch zien we dat een deel van ons in beweging komt. We gaan van afval naar grondstof. We gaan ook met elkaar oplossingen vinden om inhoud te geven aan het landelijk afvalbeleidsplan. Staatssecretaris Mansveld heeft ten doel gesteld dat we in Nederland naar 75 procent recycling gaan in 2020. Vertalen we dat naar Drenthe, dan moeten we een omslag maken van 250 kg naar 100 kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar. Voor die omslag hebben we vijf jaar de tijd.

Deze week las ik het boek Groene Groei van Alle Bruggink. Hij draagt in zijn boek uit dat de maatschappij moet en ook zal veranderen. Daarbij erkent Bruggink het belang van de basis van vertrouwen. Want als nieuwe dingen worden bedacht en ingevoerd, dan hebben we daar als samenleving scharreltijd voor nodig. Tijd waarin ideeën kunnen rijpen en vertrouwen kan groeien. Vanuit dit perspectief is Area blij dat bijvoorbeeld de inwoners van Hoogeveen op vrijwillige basis een extra container voor kunststoffen, drankenkartons en blik konden aanvragen. Op dit moment heeft al één vijfde deel dit gedaan.

Voor organisaties als Area werkt het niet anders. Inzetten op samenwerking om grondstoffen te herwinnen leidt tot netwerken, horizontale verbindingen, vertrouwen en open organiseren. Op deze wijze werkt Area in Drenthe met grondstoffenverwerkers samen als het gaat om het creëren van grondstofketens maar ook participatiebanen. Want scheiden loont. We brengen grondstoffen terug in ketens en kunnen daarmee lokaal banen maken. Dat schept een basis voor duurzaamheid, sociale verbondenheid, creativiteit en innovaties. Area levert daar graag een bijdrage aan. Nieuwe kennis, belangrijke innovaties en het veranderen van ons gedrag zijn belangrijke voorwaarden voor de kanteling van 250 naar 100 kilo huishoudelijk restafval per inwoner per jaar. Vermindering met 150 kilo is dus de ambitie. En met het realiseren van deze ambitie creëren we ook handvatten om lokaal werk te stimuleren. Daar wil toch iedereen in Drenthe zijn schouders onder zetten!

Alfride Groenewold